Bezoek van Heelsaem aan congres: Bestaat de Vrije Wil?

Een korte impressie     Door Ronald Berkens                                                          Haarlem, 10-03-2016

 

                                       

        Een tijdje terug zag ik een aankondiging van dit congres en als vroege studentboeker kon ik hier met korting naar toe. Dit was niet alleen een mooie gelegenheid, omdat ik nu eens met mijn vrouw, die (forensisch)psychiater is, mee kon naar een congres, maar vooral omdat dit onderwerp natuurlijk erg dicht bij mij ligt (en bij welke zelfstandig denkend mens nu niet?). Bij binnenkomst werd de sfeer bepaald door spannende muziek, die ik dacht te herkennen als de soundtrack van de western Once upon a time in the West. En inderdaad, toen de zaal tot rust kwam en de congres voorzitter Frénk van der Linden het woord nam, bevestigde hij mijn vermoedens en gaf aan dat dit congres een duel zou worden over de vrije wil. Maar zelfs binnen deze opzet was het congres zeker de moeite waard en erg onderhoudend.

Er werd begonnen met een toelichting op de materie door cognitiefilosoof Marc Slors, waardoor het kader van het congres werd verduidelijkt. Al snel werd kenbaar gemaakt dat er een verschil is tussen hoe enerzijds wetenschappers en anderzijds filosofen tegen onderwerpen, zoals vrije wil, aankijken. Kort gezegd, omdat vrije wil (nog) niet te meten is, zou de vrije wil voor wetenschappers niet bestaan.

Er volgde een uiteenzetting van Dick Swaab, die een praatje hield, dat bijna letterlijk (zei het wat korter), overeenkwam met een praatje op een congres van een jaar geleden. Hij schetste met veel voorbeelden uit de neurobiologische praktijk een beeld van een bewustzijn, dat pas na gedrag een eigen wil ervaart.Hierna kwam Dennett die een veel breder beeld schetste van de eigenschappen van de vrije wil. Hij onderscheidde hier de praktische en de absolute vrije wil. Hij kwam met veel uitdagende opmerkingen en vragen richting Swaab. Het was duidelijk, dat hij eigenlijk graag wilde, dat Swaab mee zou denken over deze indeling en gaf aan dat Swaab zijn ideeën slecht filosofisch had onderbouwd. Dennett bracht in een uur een samenhangend en overtuigend beeld van wat een functionele vrije wil zou kunnen zijn binnen een algemeen aanvaard maatschappelijk kader.

 

 

Nu volgde een kort muzikaal intermezzo van Mylou Frencken die een cabaretlied zong: "Hormonieus denken”,. maar pas nadat zij het uitgebreid over haar opvallende jurk en schoenen had gehad.

 

Vervolgens kwam Victor Lamme met een uiterst vermakelijke performance, met als doel de aanwezigen te laten ervaren (en overtuigen) dat hun bewuste vrije wil slechts een speelbal van de omstandigheden is. Dit deed hij met behulp van onderhoudende voorbeelden en strikvragen. Hij noemde de aanname van het hebben van een vrije wil zelfs gevaarlijk, omdat we hierdoor overgeleverd waren aan o.a. kwakzalvers en gevaarlijke politici en de daarmee samenhangende niet functionele oplossingen, voor bijvoorbeeld ziektes en milieuproblematiek . De enthousiaste Victor Lamme was niet in staat zich te beperken tot de afgesproken tijd en was dit dan ook geenszins van plan te doen. Dit deed de hormonieuze Frénk steeds opdringeriger worden; hij stond op, liep wat heen en weer, krabde eens op zijn hoofd en betrad tenslotte het podium waar hij net zolang om Victor heen drentelde tot deze uiteindelijk zei: "Ja, dingetje, ik ga zo afronden".

Hierna kwam kort Daan Roovers met een ode aan Descartes. Zij ging in op de veel gehoorde terechte kritiek, dat er verder geen vrouwelijke sprekers waren op het congres. Ook informeerde ze het publiek dat er tussen mannen en vrouwen onderling minder verschil is in hersenstructuur dan tussen mannen onderling en vrouwen onderling.

Ongeveer 20 minuten later dan gepland, door een incident, waarbij iemand met de ambulance moest worden weggevoerd, omdat hij onwel was geworden in de zaal, onder het praatje van Dick Swaab, dat net handelde over homoseksualiteit en genderdysforie, kwamen 5 specialisten, inzake het beroepsmatig omgaan met vrije wil, een korte introductie geven van hun standpunt. Waarna zij een paneldiscussie hielden.

Zelf vond ik dit het meest interessante stuk omdat het een goed beeld gaf van de verschillende belevingsvormen van vrije wil in de praktijk. Bert Keizer (Geriater en filosoof) was de meest gevatte en had veel pret over het homokwabje van Swaab dat hij weer was kwijt geraakt. Hij had ook echt een interressante serieuze bijdrage over de grenzen van de vrije wil bij dementie en euthanasie. Dr. Marcel Veenman (onderwijs metacognitie) bracht niet zoveel in, behalve het idee van metacognitie als overkoepelend begrip en stipte het verschil tussen fast en slow thinking aan. Prof. dr. Peter van Koppen (rechtspsychologie) probeerde leuk te zijn, maar slaagde daar in het geheel niet in. Hij probeerde vooral het verschil tussen correlatie en causaliteit uit te leggen. Prof. dr. Hjalmar van Marle (forensisch psychiater) gaf een serieuze toevoeging over hoe er beslissingen moesten worden genomen in de dagelijkse praktijk, over de vrije wil van patiënten en hoe belangrijk context is voor een oordeel over de vrije wil. Ook Drs. Joost Harkink (forensisch psycholoog) gaf voorbeelden uit de praktijk van het PBC. Hij duidde vooral op het belang van individuele diagnostiek en gaf aan dat wat hem betreft hersenscans nauwelijks een beslissende rol zouden kunnen spelen bij het bepalen of iemand wel of niet wilsbekwaam is, maar als hulpmiddel bij diagnose zou het wel handig kunnen zijn. Algemene overeenstemming in de groep was, dat context en vrije wil samenhangen. Verder waren ze geen van allen erg met de filosofie van Swaab begaan.

 

De slotdiscussie was niet meer dan een herhaling van zetten. Eerst kwamen Swaab en Lamme op, die zich mochten verweren tegen de kritiek van het panel. Waarbij Swaab Bert Keizer probeerde te dissen met een opmerking die geen hout sneed, maar waar hij zelf wel over kon gniffelen.

Helaas was er mijns inziens relatief te weinig aandacht voor de interactie Dennett  -Swaab. Veel van de vragen van Dennett aan het adres van Swaab in het begin werden niet herhaald.

 

Swaab gaf zelf aan dat er over verschillende definities van vrije wil werd gepraat en daardoor langs elkaar heen gesproken werd, maar dat lag niet aan hem vond hij , want hij had zijn definitie toch gegeven (hij heeft hem wel minstens 3 keer moeten herhalen).

Swaabs definitie: “Van vrije wil is er sprake, als je onder dezelfde omstandigheden, andere beslissingen kunt nemen”.

Dennett en Marc Slors werden toegevoegd aan de discussie

Dennett probeerde Swaab mee te krijgen met zijn definitie, vooral door het gevaar van manipulatie te onderstrepen, als je je eigen autonomie niet beschermt en je je eigen vrije wil opgeeft.

Tevergeefs; Swaab bleef bij zijn definitie en toen Dennett toch iets dieper kon komen met een vraag naar een externe invloed, nadat hij de definitie van Swaab overnam, wees Dick meteen het antwoord aan als oorzaak, waardoor de beslissing weer gedetermineerd werd.

Er was bij Swaab geen ruimte voor een andere visie dan zijn eigen denkbeelden, totdat een experiment het tegendeel zou bewijzen. Ik had het idee dat Swaab moeite had een ander perspectief in te nemen. Hij was wel heel respectvol tegenover Dennett, die volgens mij, qua denkraam net iets groter oogt dan Swaab. Victor Lamme was iets minder stevig dan Swaab en gaf ook een persoonlijke reden voor zijn filosofische keuze, namelijk dat hij nu links was en dat moest volhouden, omdat alles en iedereen zo rechts was (hier chargeer ik een beetje al gebruikte hij wel de woorden links en rechts). Het kwam er op neer dat hij het geloof in de vrije wil en de rede veel te groot opgeblazen vond en dat je mensen beter kon beïnvloeden op een meer onbewuste manier, de mensen aanspreken op hun lagere verlangens (Swaab noemde dat wat onder het bewuste ‘ik’ zit trouwens helemaal niet laag, maar juist hoog ontwikkeld). De grootte van de invloed van de vrije wil, zou via experimenten moeten worden vastgesteld, voordat hij er waarde aan zou hechten.

Eigenlijk had ik nog het meest bewondering voor Marc Slors die uiterst enthousiast heel diepgaand en creatief aan het filosoferen was, uiteindelijk om Swaab meer naar Dennett toe te krijgen, want Dennett scheen Swaab wel te vatten.

Structuring cause was een model dat Marc Slors voorstelde waarmee de vrije wil een biologische functie zou vervullen die een oorzakelijk verband zou inhouden met gedrag. Iedereen kon zich daarin in vinden. Swaab ook, als het tenminste door een experiment bevestigd zou worden.

© 2017 Heelsaem KVK 17242194

  • b-facebook
  • Twitter Round